Of Mistic's Tale

Puppies

Wij verwachten in het voorjaar 2012 pupjes uit de combinatie Hippie & Boaz.

Dit wordt het eerste nestje van Hippie en het is ons doel om onze bloedlijn verder te optimaliseren.

Elke hond maakt in zijn leven bepaalde periodes door en het is belangrijk voor u als eigenaar van een pupje om deze periodes te (her)kennen.

Wij hopen om u, met de informatie die u hieronder kan lezen, een beter inzicht te geven over de ontwikkeling van het gedrag bij pups.

 

 

Ontwikkeling en het gedrag van pups tot jonge honden.

De ontwikkeling van het gedrag van de pups wordt gekenmerkt door 4 belangrijke perioden:

  1. Neonatale periode   : 0 - 13 dagen
  2. Overgangsperiode   : 14 - 21 dagen
  3. Socialisatie periode  : 22 d - 3 maanden
  4. Juveniele periode     : tot aan de pubertijd

 

1. Neonatale periode

Tijdens de neonatale periode worden tast- en smaakzintuigen, al van bij de geboorte aanwezig, verder ontwikkeld. De pups kunnen ook al bepaalde geuren waarnemen en hebben naast een pijn- en koudegevoel ook al een evenwichtsgevoel. De pups zijn blind, ze hebben dichte oogleden maar ze zijn wel lichtgevoelig. Door een huidplooi aan het oor zijn de pups momenteel ook nog doof. Wat betreft de motorische ontwikkeling zijn reflexen van bij de geboorte reeds aanwezig en kunnen de pups kruipen met behulp van de voorhand. Ze kunnen alle ledematen bewegen en heel typisch is de slingerbewegingen van de kop. De pupjes eten uitsluitend moedermelk (héél rijk aan eiwitten), dit 6 tot 12 keer per 24 h. Tijdens het eten vertonen de pups het Rooting reflex, de pup trappelt met de voorpootjes terwijl hij / zij zoogt. De rest van de tijd brengt de pup al slapend door (85 tot 98% van de tijd). Het uitscheidingsgedrag komt op gang als reflex op het moederlijk likken van de anogenitale zone en van de buik. Het sociaal gedrag is tijdens deze periode heel gelimiteerd, de communicatie met de teef beperkt zich tot gejank van de pup. Er is verder ook geen sociale interactie met de andere leden van het nest, alhoewel de pups wel in groepjes samenblijven voor de warmte.

2. Overgangsperiode

De overgangsperiode is de periode die loopt van de 2de tot de 3de week na de geboorte. Vanaf dag 14 is de reukzin ontwikkeld, tussen dag 14 en 24  komt het gehoor op gang (schrikreflex) en tussen dag 10 en 16 openen de oogleden zich. De pups slagen er ondertussen ook in van te zitten, hij / zij loopt ipv te kruipen en de pups kunnen tussen dag 18 en 21 stabiel op de poten staan. De slingerbewegingen van de kop stoppen ook zodra de pups beter kunnen zien, waarop ook het moment is aangebroken waarop de pups een eerste ontdekkingsgedrag gaan vertonenen en het nest verlaten. De pups beginnen te knabbelen, kauwen en likken, de eerste melktand verschijnt rond dag 21 en het Rooting reflex verdwijnt geleidelijk. De pups beginnen de mondhoeken van de teef te likken, dit is het moment om over te schakelen op vast voedsel. Rond deze periode ontwikkelt zich ook het uitscheidingsgedrag buiten het nest. Op sociaal vlak vertonen zich nu ook de eerste communicatiesignalen: bewegen met de staart, blaffen, grommen en (stuntelig) spelen. Het slaapgedrag is inmiddels gedaald en de pups zijn nu toch al ongeveer 35% van de dag actief.

3. Socialisatie periode

De socialisatie periode is een héél belangrijke periode in de verdere ontwikkeling van de pups, waarbij de rol van de fokker een niet te onderschatten plaats inneemt! Immers, tijdens de eerste 5 weken van de socialisatie periode verblijven de pups nog bij hem. Wat betreft de zintuigelijke ontwikkeling: vanaf dag 21 treedt er visuele oriëntatie op, vanaf dag 24 een auditieve (horen). Op 7-8 weken is dit alles vergelijkbaar ontwikkeld met dat van een volwassen hond. Op het vlak van de motorische ontwikkeling is de hoofdactiviteit van de pups "het verkennen van de omgeving", waarbij de pups op 7 weken vlot kunnen stappen, lopen en over (lage) hindernissen springen. De pups ontdekken met al hun zintuigen alle levendige en niet levendige zaken in hun omgeving. Tussen week 4 en 7 wordt volledig overgeschakend op vast voedsel. Het urineren / ontlasten gebeurt nu 's morgens en na elke maaltijd, liefst ver van het nest en op plaatsen waar reeds uitgescheiden is. Zowel de teefjes als de reu'tjes nemen hiervoor een gehurkte positie in. Vanaf week 3-4 leert de pup tijdens het spelen "geremd bijten", hij / zij leert de contractiekracht van de kaakspieren te verminderen. Na week 5 beschikt de pup over een volledig vocaal repertorium, vanaf week 7 ontwikkeld zich naast sociale gewenning ook het dominante- / onderwerpingsgedrag. 

Zoals de naam al aangeeft, is de periode van de socialisatie voor de pups een periode waarin zij het sociale leven leren kennen. Dit begint met een periode van aantrekking (aantrekkingsfase: tussen 3de en 5de week, de pups zijn nergens bang voor) die in het algemeen overgaat in een periode van terughoudendheid (angst voor alles wat nieuw is en ze dus niet hebben leren kennen in de aantrekkingsfase!). De pups beginnen geleidelijk het vermogen te ontwikkelen om te communiceren. Ze leren de rangorde begrijpen door het interpreteren van de terechtwijzingen van de moeder, evenals de reuk- en houdingssignalen. Tijdens deze uiterst gevoelige en vormbare periode kan de fokker met succes de contacten bevorderen met de toekomstige eigenaren (vooral kinderen) en de pups leren rustig te blijven bij contacten met individuen met wie de pups later in aanraking zullen komen. De fokker zal de pups ook laten wennen aan prikkels die zij later zullen tegenkomen zoals bv geluiden, auto's, stofzuiger ... De spelactiviteit met andere pups wordt aangemoedigd en begeleid waarbij vooral het gedrag van de pups wordt geobserveerd om de keuze van de toekomstige eigenaars te kunnen baseren op basis van het karakter van de hond. De neiging tot dominantie kan in deze periode al geobserveerd worden bij het spelen en het eten! Veel vaardigheden die men "natuurlijk" noemt, kunnen in de socialisatie periode worden geleerd, vooral wanneer de moeder al aan deze prikkels gewend is en haar pups kan gerust stellen in de periode van terughoudendheid. Na 3 weken beschikken de pups meestal over een zeker immuunsysteem en kunnen ze hun eigen warmte regelen zodat de fokker minder tijd hoeft te steken in de kraamruimte maar zijn tijd kan spenderen aan het stimuleren van de pups. Maw. de belangrijkste fase uit heel de socialisatie periode in zonder twijfel de aantrekkingsfase.

4. Juveniele periode

De juveniele periode is een levensperiode die ingedeeld wordt in de rangordefase en de roedelfase. In de natuur verbreken de hondenouders de ouder / kind binding door de jongen geen eten meer te bezorgen en hen, met gegrom en ontblote tanden, te dwingen om voor zichzelf te zorgen. De mens verbreekt deze relatie tov de pup niet en zo blijft de binding ouder / kind dan ook het ganse hondenleven bestaan, indien we er, door onze houding tenminste, geen einde aan maken.

Tijdens de rangordefase (tot ong 4-5 maand) zal de eigenaar, die meestal de plaats van de hond zijn soortgenoten heeft ingenomen, door regelmatig spelgedrag zijn pup een zo natuurlijk mogelijke ontwikkeling  laten doorlopen. Hierbij wordt tevens geleerd waar de pup zijn plaats  in de rangorde is, hetgeen de hond ook moet leren aanvaarden. Hou er wel rekening mee dat wanneer honden spelen, de regels van de onderlinge relaties tijdelijk worden opgeschort en de werkelijkheid wordt uitgesloten. Toch komt dit onmiddellijk weer terug te voorschijn wanneer het spel te ruw wordt of wanneer de honden worden afgeleid. In dit spelgedrag van de honden erkennen we dan ook vechtspelletjes, jachtspelletjes, prooi- en apporteerspelletjes.

Tijdens de rangordefase heeft de roedelleider bij het spel altijd de leiding genomen en steeds weer trucjes bedacht zodat de jongen later niet voor eventuele verrassingen zouden komen te staan. Nu is het echter geen spel meer. In de roedelfase (5-6 maand) leren de ouderdieren de jongen nu alle gebruiken aan die ze gedurende eeuwen ontwikkeld hebben om samen "de jacht op wild" aan te kunnen. Dit vereist echter disipline, samenwerking, leiding. Het aanvaarden van leiding is voor een rangordedier heel normaal. De roedel is immers een autoritair georganiseerde groep waarbinnen geen democratie bestaat. De hond heeft dan ook een blind vertrouwen in de leider, het alfadier (u dus) en wanneer dit vertrouwen aangetast wordt, kan dit aanleiding geven tot een "gezagsconflict". 

De hond aanvaardt alleen gezag van een ranghogere waardoor de leider er dus ten allen tijde voor zal zorgen dat hij door "psychisch overwicht" en "consequente leiding" ook een waardig leider is want, het instict van de hond zal hem gebieden om desgevallend zelf de leiding te nemen.

DE HOND HEEFT EEN NATUURLIJKE NOOD AAN AUTORITEIT.

Onze huishond verwacht dan ook instictief dat de mens, die hij erkent als roedelleider, de leiding neemt.

Afhankelijk van het psychisch overwicht van zijn leider, vindt de normaal goed opgevoede huishond zijn plaats in de "mensenroedel".

Door erkenning van de consequente autoriteit, ontwikkeld zijn gehoorzaamheid en trouw!